Esther Project

Doelgroep

Moeders (evt. ook vaders) van gezinnen die zich in de greep van armoede bevinden.

Doel

De doelgroep bekrachtigen om zelf weer de rol van kostwinner en zorgdrager in het gezin te kunnen oppakken en zo hun waardigheid terug te vinden. De studenten leren in hun training te naaien en patroon te tekenen.

Achtergrond en werkwijze

In Congo is minstens 70% van de mensen werkeloos. Armoede heeft naast materiële gevolgen veel invloed op de psyche van mensen, het is kortom een vernederend om onder de armoedegrens te leven. Door mensen nieuwe vaardigheden aan te leren die hen in staat stellen een inkomen te genereren, bestrijden we armoede op micro niveau. We zien het dagelijkse leven van gezinnen hierdoor veranderen; moeders krijgen zelfvertrouwen, mannen zijn trots op hun vrouwen en kinderen kunnen weer naar school gaan.

Het Esther Project houdt één keer per jaar een training die negen maanden duurt. De eerste zes maanden krijgen de studenten les in naaien en patroon tekenen. De daaropvolgende maanden lopen ze stage en maken ze producten die verkocht worden.

Er zijn twee Congolese docenten en ook Anne draait mee als docent, daarnaast coacht ze de andere docenten. Er is ook een kleine business opgezet, Anne ontwerpt daarvoor tassen en andere producten. Ze leert dan aan vier vrouwen (alumni van het project) hoe ze die producten moeten maken. Vervolgens worden deze verkocht in Goma, Nederland en de V.S.. De opbrengsten hiervan zijn deels salaris voor de vrouwen en het andere deel wordt geïnvesteerd in het project, het Esther Project gebouw in Mugunga is bijv. voor 80% hierdoor gefinancierd.